Subnavigatie

Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: plantenrassen@naktuinbouw.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

         fax: +31 (0)71 332 6363
    

Raad voor plantenrassen

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

Postbus 40, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina

FAQ

  1. Wie kan kwekersrecht in Nederland aanvragen?
  2. Kan ik kwekersrecht krijgen op dit ras?
  3. Waar wordt het DUS-onderzoek uitgevoerd?
  4. Overname DUS-rapport?
  5. Kan het DUS-onderzoek tussentijds worden onderbroken?
  6. Wanneer heeft het zin om uitstel van DUS-onderzoek voor een landbouwgewas aan te vragen?
  7. Wat is de prioriteitsdatum van mijn aanvraag?
  8. Wanneer moet het identiteitsmonster worden ingeleverd?
  9. Hoe lang duurt het voordat een naamsvoorstel is goedgekeurd?
  10. Kan ik voor één aanmelding meerdere namen indienen voor naamstoetsing?
  11. Wie is de instandhouder van een ras?
  12. Is het mogelijk om rassen van landbouwgewassen aan te melden voor het CGO zonder aanvraag voor toelating bij de Raad?
  13. Wat is een plantenras?
  14. Wat is UPOV?
  15. Waarom hebben boeren en kwekers nieuwe plantenrassen nodig?
  16. Waarom is de mogelijkheid van bescherming van plantenrassen met kwekersrecht noodzakelijk?
  17. Hoe werkt kwekersrecht?
  18. Wat zijn de vereisten om een nieuw plantenras te kunnen beschermen?
  19. Wat zijn de vereisten voor een plantenras om te worden toegelaten tot het Nationale Rassenregister?
  20. Kunnen kwekers beschermde rassen gebruiken in hun veredelingsprogramma's?
  21. Kan ik kwekersrecht aanvragen in meerdere landen tegelijk?
  22. Wat is het effect van kwekersrecht op rassen die niet beschermd zijn (zoals traditionele rassen, landrassen)?
  23. Wat is de relatie tussen kwekersrecht en wettelijke regels die de handel in teeltmateriaal reguleren zoals het certificeren van zaden en de toelating van een ras tot de Nationale Rassenlijst?
  24. Kan ik met een kwekersrecht het volgende beschermen:

    - een eigenschap (bijvoorbeeld een ziekteresistentie, kleur van een bloem);

    - een chemische substantie van een plant (olie, DNA);

    - een kweektechniek (bijvoorbeeld weefselkweek)

  25. Kan een boer het zaad van landbouwgewassen opnieuw planten op zijn eigen bedrijf zonder de toestemming van de houder van het kwekersrecht (farmers privilege)?

  26. Kan een boer zaad van een beschermd ras verkopen zonder toestemming van de rechthebbende?

  27. Hoe weet ik of een ras beschermd is?

  28. Wie is verantwoordelijk voor de handhaving van het kwekersrecht?

  29. Voor welke gewassen wijkt de duur van het Nederlands kwekersrecht of van het Communautair kwekersrecht?
  30. Ook op de UPOV-website staan FAQ's. Zie onderstaande link.
  • 1. Wie kan kwekersrecht in Nederland aanvragen?

    Kwekersrecht kan aangevraagd worden door de veredelaar (kweker) van het ras. Als veredelaar kan bijvoorbeeld worden aangemerkt een boer, een onderzoeker, een onderzoeksinstituut of een privaatrechtelijk veredelingsbedrijf. Ook een gemachtigde kan namens de kweker kwekersrecht aanvragen. Daarvoor zijn machtigingsformulieren beschikbaar. Als de aanvrager woon of zetel houdt in een land buiten de EU, dan is een gemachtigde nodig binnen Nederland.

    Voor toelating tot de rassenlijst moet de gemachtigde binnen de EU wonen.

  • 2. Kan ik kwekersrecht krijgen op dit ras?

    Dat kan als het ras

    Nieuw,

    Onderscheidbaar,

    Uniform en

    Stabiel

    is. Dat zal moeten blijken uit technisch onderzoek. Voor wat betreft de nieuwheid: het ras mag nog slechts een korte periode voor aanvraag verkocht zijn. Die korte periode is 1 jaar in Nederland of 4 jaar buiten Nederland en 6 jaar buiten Nederland voor bomen en wijnstokken. De tekst in de Zaaizaad- en Plantgoedwet (2005) hierover is:

    Art 49 lid 2:

    Een ras wordt als nieuw aangemerkt indien op het tijdstip van
    indiening van de aanvraag tot verlening van kwekersrecht geen teeltmateriaal
    of geoogst materiaal van het ras is verkocht of anderszins ter
    beschikking is gesteld aan derden, door of met toestemming van de
    kweker, met het oog op de exploitatie van het ras, voor een periode:
    a. in Nederland: niet langer geleden dan een jaar voorafgaande aan het
    in de aanhef bedoelde tijdstip;
    b. buiten Nederland: hetzij niet langer geleden dan vier jaar, hetzij,
    ingeval van bomen of wijnstokken, niet langer geleden dan zes jaar,
    voorafgaande aan het in de aanhef bedoelde tijdstip.

    Art. 49 lid 3:

    Voor de toepassing van het tweede lid wordt het feit, dat materiaal
    van een ras reeds aan anderen ter beproeving is verstrekt, niet aan de
    kweker van dat ras of zijn rechtverkrijgende tegengeworpen.

  • 3. Waar wordt het DUS-onderzoek uitgevoerd?

    Meestal gebeurt het technisch DUS-onderzoek door Naktuinbouw. Voor sommige gewassen zijn echter bilaterale afspraken met onderzoeksstations in andere landen. Een overzicht met de bilaterale afspraken vindt u hier.

    In geval van Europees kwekersrecht bepaald het CPVO waar het DUS-onderzoek wordt uitgevoerd. Als u hecht aan onderzoek door Naktuinbouw, kunt u eerst Nederlands kwekersrecht aanvragen en het rapport laten overnemen door het CPVO.

  • 4. Overname DUS-rapport

    Als voor een ras al eerder een kwekersrecht- of toelatingsaanvraag in het buitenland is ingediend, baseert de Raad voor plantenrassen (onder bepaalde voorwaarden) haar beslissing op het DUS-onderzoek voor de eerdere aanvraag. De Raad neemt het buitenlandse rapport over. Het onderzoek moet in ieder geval hebben plaatsgevonden in een UPOV-land waar voldoende ondezoeksexpertise is. De kosten van overname van een rapport kunt u vinden in de tarievenlijst.

  • 5. Kan het DUS-onderzoek tussentijds worden onderbroken?

    U kunt op ieder moment besluiten om het DUS-onderzoek stop te zetten. U meldt dan via plantenrassen@naktuinbouw.nl dat u de aanvraag intrekt. Als het onderzoek nog niet is gestart, worden de onderzoekskosten gecrediteerd.

    Let op: Als u besluit om na 1 jaar te stoppen met het CGO, moet u apart daarvan ook de aanvraag voor toelating intrekken. Anders loopt het DUS-onderzoek automatisch door en krijgt de aanvrager daarvoor een rekening.

  • 6. Wanneer heeft het zin om uitstel van DUS-onderzoek aan te vragen?

    Soms kan het gewenst zijn om uitstel van DUS-onderzoek aan te vragen, vb maïs: het DUS-onderzoek van maïs wordt uitgevoerd in Frankrijk en duurt slechts 1 jaar. Dit onderzoek kan worden uitgesteld tot de resultaten van het eerste jaar CGO bekend zijn.
    Op het aanvraagformulier kan worden aangekruist of uitstel gewenst is.

  • 7. Wat is de prioriteitsdatum van mijn aanvraag?

    De prioriteit van een aanvraag wordt bepaald door de datum van ontvangst van de aanvraag, betaling van het aanvraagtarief, het onderzoekstarief voor de eerste groeicyclus of (in geval van overname van een DUS rapport) het overnametarief. Op het moment dat de volledige aanvraag is ontvangen, is deze geaccepteerd. De prioriteitsdatum is hiermee vastgesteld.

    De Raad stuurt een bevestiging hiervan naar de aanvrager met zonodig instructies over inzending (o.a. uiterste inzenddatum) van het identiteitsmonster.

  • 8. Wanneer moet het identiteitsmonster worden ingeleverd?

    De inzendeisen vindt u op de website van Naktuinbouw.

  • 9. Hoe lang duurt het voordat een naamsvoorstel is goedgekeurd?

    Een nieuw plantenras moet worden voorzien van een naam. Voordat een rasnaam definitief kan worden verleend voor het ras dient de naam aan enkele voorwaarden te voldoen: de naam dient te verschillen van iedere andere naam van een reeds bestaand ras, de naam is geschikt om als naam te worden gebruikt en de naam is niet strijdig met reeds bestaande – oudere – rechten zoals bijvoorbeeld merknamen.

    Of een naam voldoende verschilt wordt getoetst aan de hand van een interne toets (lees meer over de interne naamgevingstoetsing). Deze toets duurt zo’n vijf werkdagen. Vervolgens wordt de naam gepubliceerd in het publicatieblad van de Raad om te kijken of de naam geen strijdigheid overlevert ten opzichte van een ouder recht. Gedurende drie maanden kunnen diegenen die menen een ouder recht te hebben een bezwaar indienen tegen de vaststelling van de naam bij de Raad. Al met al duurt het traject voor de vaststelling van een naam zo’n vier maanden.

  • 10. Kan ik voor één aanmelding meerdere namen indienen voor naamstoetsing?

    Voor de informele naamstoetsing die door de Naktuinbouw wordt uitgevoerd, kunnen meerdere namen voor tegelijk worden ingediend. De uitkomst van die informele toets is niet bindend voor de Raad.

  • 11. Wie is de instandhouder van een ras?

    Men wordt instandhouder door al dan niet uitdrukkelijke aanwijzing door de Raad voor plantenrassen. Zonder uitdrukkelijke aanwijzing is de aanvragerof de instandhouder van het betrokken ras. Verder kunnen, in hun plaats of daarnaast, anderen op uitdrukkelijke aanwijzing van de Raad instandhouder worden. In de Rassenlijst van de Europese Unie (kies: uw taal -> eenvoudig zoeken -> aan de hand van woorden -> zoek naar "rassenlijst") kunt u nagaan wie de instandhouder van een bepaald ras is. De Plant variety database van de EU is een doorzoekbare versie van deze rassenverkeerslijst. U kunt contact opnemen met Bureau voor plantenrassen als u wilt weten wie de instandhouders zijn van een zogenaamd x-ras met meerdere instandhouders.

  • 12. Is het mogelijk om rassen aan te melden voor het CGO zonder aanvraag voor toelating bij de Raad?

    Elke aanvraag dient middels een officieel aanvraagformulier voor toelating van de Raad te worden ingediend. Wanneer rassen direct bij de uitvoerende instantie voor het CGO worden aangemeld, zal de uitvoerder de aanvrager erop wijzen dat een officiële aanvraag noodzakelijk is om in het onderzoek te worden opgenomen.

  • 13. Wat is een plantenras?

    In juridische termen is een ras (plantenras) gedefinieerd in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, waarvoor de basis ligt in het UPOV (L'Union internationale pour la protection des obtentions végétales) verdrag, als:

    Ras: een plantengroep binnen één botanisch taxon van de laagst bekende rang, welke groep ongeacht of volledig wordt voldaan aan de voorwaarden welke de wet stelt voor verlening van een kwekersrecht,

    1. kan worden gedefinieerd aan de hand van de expressie van eigenschappen die het resultaat is van een bepaald genotype of een combinatie van genotypen;
    2. kan worden onderscheiden van elke andere plantengroep op grond van de expressie van ten minste één van die eigenschappen en
    3. kan worden beschouwd als een eenheid, gezien zijn geschiktheid om onveranderd te worden vermeerderd.
  • 14. Wat is UPOV?

    UPOV betekent Union for the Protection of New Varieties of Plants. Dit is een intergouvermentele organisatie die gevestigd is in Genève, Zwitserland. UPOV is opgericht in 1961 met de UPOV Convention (UPOV verdrag).  De missie van UPOV is om te voorzien in een effectief systeem van intellectuele eigendombescherming van nieuwe plantenrassen, met als doel om de ontwikkeling van nieuwe, verbeterde plantenrassen te stimuleren welke ontwikkeling ten goede komt aan de samenleving als geheel.

    Het UPOV verdrag geeft de juridische basis aan  de aangesloten lidstaten om de ontwikkeling van nieuwe plantenrassen te stimuleren door kwekers een recht van intellectuele eigendom te verschaffen: het kwekersrecht. Ook Nederland is aangesloten bij de UPOV verdragsorganisatie en heeft derhalve een stelsel van kwekersrecht dat is gebaseerd op het UPOV verdrag. Dit wettelijk stelsel is vastgelegd in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

  • 15. Waarom hebben boeren en kwekers nieuwe plantenrassen nodig?

    Nieuwe plantenrassen met eigenschappen als verbeterde oogstopbrengst, hogere kwaliteit en betere weerstand tegen plantenziekten zijn een sleutelelement als het aankomt op hogere productiviteit en kwaliteit van plantenrassen. Hierbij hoort ook dat verbeterde plantenrassen een minder milieubelastend zijn. De grote vooruitgang in landbouwproductie in verschillende delen van de wereld is grotendeels te danken aan verbeterde rassen van landbouwgewassen.

  • 16. Waarom is de mogelijkheid van bescherming van plantenrassen met kwekersrecht noodzakelijk?

    Het succesvol veredelen en kweken van nieuwe plantenrassen vergt kennis vaardigheid. Daarbij vergt het (op grote schaal) veredelen significante investeringen in materiaal als kassen, groeikamers, laboratoria en deskundig personeel. Het duurt voor veel soorten 10 tot 15 jaar om een succesvol plantenras te ontwikkelen. Niet alle plantenrassen zijn succesvol en zelfs wanneer de nieuwe rassen een duidelijke verbetering ten opzichte van bestaande rassen inhouden, dan nog kan het zijn dat een verandering in het marktsentiment de kans op winst doet verdampen. Het kweken van nieuwe rassen is dus een risicovolle bezigheid. Dit maakt het noodzakelijk dat de investeringen die worden gedaan in de ontwikkeling van een nieuw ras kunnen worden terug verdiend. Deze investering kan worden terugverdiend met een kwekersrecht voor het nieuwe ras. In het algemeen kan gesteld worden dat het kwekersrecht veredelaars zou moeten stimuleren om productievere rassen van betere kwaliteit te produceren. Het voordeel van de ontwikkeling van verbeterde rassen komt uiteindelijk (ook) ten goede aan de samenleving als geheel.

    Tegelijkertijd geldt dat, als een nieuw ras eenmaal op de markt is gebracht het makkelijk kan worden gereproduceerd. De oorspronkelijke kweker wordt dan de mogelijkheid ontnomen om een langere termijn profijt te hebben van zijn nieuw ontwikkelde ras en zodoende zijn investering terug te verdienen. Daarom is het ontwikkelen van verbeterde rassen alleen rendabel als er zicht is op een "return on investment". Daarom is het cruciaal dat het ras beschermd kan worden met een effectief kwekersrecht dat aanmoedigt tot het doen van investeringen in de ontwikkeling van nieuwe plantenrassen.

  • 17. Hoe werkt kwekersrecht?

    De Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 geeft de mogelijkheid een kwekers om een nieuw ontwikkeld ras te beschermen met een recht van intellectuele eigendom: het kwekersrecht. De wet somt de handelingen met teeltmateriaal - en in sommige gevallen met geoogst materiaal - op die de toestemming vereisen van de houder van het kwekersrecht. Het kwekersrecht betekent dat de toestemming van de kweker is vereist wanneer het beschermde ras wordt vermeerderd ten behoeve van commerciële doeleinden.

  • 18. Wat zijn de vereisten om een nieuw plantenras te kunnen beschermen?

    Een kwekersrecht kan alleen worden verleend als het ras:

    a) nieuw is b) onderscheidend is c) uniform is d) stabiel is en e) een geschikte naam heeft.

  • 19. Wat zijn de vereisten voor een plantenras om te worden toegelaten tot het Nationale Rassenregister?

    Het ras kan alleen worden toegelaten als het ras:

    a) onderscheidend is b) uniform is en c) stabiel is.

  • 20. Kunnen kwekers beschermde rassen gebruiken in hun veredelingsprogramma's?

    De Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 is gebaseerd op het UPOV verdrag. Dit houdt in dat in de wet een veredelingsvrijstelling is opgenomen. Dit houdt in dat voor de ontwikkeling van nieuwe planterassen gebruik mag worden gemaakt van rassen die zijn beschermd met kwekersrecht.

    Derhalve is geen toestemming nodig van de houder van het kwekersrecht als het beschermde ras wordt gebruikt voor de ontwikkeling van een ander ras. Ook mag het ras dit is mede is ontwikkeld met het beschermde ras zonder toestemming van de houder van het kwekersrecht verhandeld worden.

  • 21. Kan ik kwekersrecht aanvragen in meerdere landen tegelijk?

    Om hetzelfde ras in meerdere landen te beschermen moet in principe in ieder land een kwekersrecht aangevraagd worden. De Europese Unie maakt het mogelijk om een kwekersrecht aan te vragen dat voorziet in de bescherming van het ras in alle 28 lidstaten van de Europese Unie.

  • 22. Wat is het effect van kwekersrecht op rassen die niet beschermd zijn (zoals traditionele rassen, landrassen)?

    De Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 - dat is gebaseerd op het UPOV verdrag - maakt het enkel mogelijk om nieuwe plantenrassen te beschermen. Het kwekersrecht is niet van invloed op rassen die niet beschermd zijn. Daarom belemmert kwekersrecht niet de mogelijkheid (voor boeren) van het gebruik van- of de handel in niet beschermde rassen.

  • 23. Wat is de relatie tussen kwekersrecht en wettelijke regels die de handel in teeltmateriaal reguleren zoals het certificeren van zaden en de toelating van een ras tot de Nationale Rassenlijst?

    Het kwekersrecht staat op zichzelf en heeft niets van doen met de verhandeling van teeltmateriaal. Het Nederlands kwekersrecht is gebaseerd op het UPOV verdrag en dit bepaalt dat het kwekersrecht los moet staan van wettelijke maatregelen die de productie-, controle- en handel in teeltmateriaal reguleren. Dit betekent niet dat er geen bepaalde wettelijke regulering van teeltmateriaal moet zijn, het betekent alleen dat deze regulering onafhankelijk is van het kwekersrecht.

  • 24. Kan ik met een kwekersrecht het volgende beschermen: - een eigenschap (bijvoorbeeld een ziekteresistentie, kleur van een bloem); - een chemische substantie van een plant (olie, DNA); - een kweektechniek (bijvoorbeeld weefselkweek)

    Nee. Een kwekersrecht kan alleen verleend worden voor een "groep van planten". Hieruit kan worden afgeleid dat een afzonderlijke eigenschap of een kweektechniek niet beschermd kan worden met een kwekersrecht.

  • 25. Kan een boer het zaad van landbouwgewassen opnieuw planten op zijn eigen bedrijf zonder de toestemming van de houder van het kwekersrecht (farmers privilege)?

    Het ‘farmers’ privilege’ houdt in dat de producent van een gewas dat bestemd is voor consumptie of verwerking, geen toestemming van de kwekersrechthouder nodig heeft om een deel van zijn oogst te gebruiken als teeltmateriaal voor zijn volgende teelt. In Nederland bestaat het ‘farmers’ privilege’ voor rassen van de belangrijkste graangewassen en aardappel.

    De boer is in dat geval wel een redelijke vergoeding (lager dan de gebruikelijke licentievergoeding) aan de kwekersrechthouder verschuldigd.

  • 26. Kan een boer zaad van een beschermd ras verkopen zonder toestemming van de rechthebbende?

    Nee.

  • 27. Hoe weet ik of een ras beschermd is?

    De UPOV heeft een database (PLUTO database) waarin in principe alle met kwekersrecht beschermde rassen van alle UPOV lidstaten worden vermeld. Echter, de informatie die in PLUTO wordt vermeld is niet de officiële publicatie van de betreffende lidstaat. Het kan dus zijn dat de betreffende lidstaat niet alle op nationaal niveau officieel gepubliceerde rassen aan de PLUTO database heeft doorgegeven. Om absolute zekerheid te krijgen is het daarom raadzaam om naast de PLUTO database ook contact op te nemen met de nationale autoriteiten waar het ras geregistreerd is.

  • 28. Wie is verantwoordelijk voor de handhaving van het kwekersrecht?

    De verlenende autoriteit (in Nederland de Raad voor plantenrassen) is verantwoordelijk voor de verlening van het recht. Vervolgens is de houder van het recht zelf verantwoordelijk voor de handhaving van zijn recht. Het UPOV verdrag verplicht de betreffende lidstaat (Nederland) om te voorzien in een adequaat stelsel van wettelijke regels aan de hand waarvan de rechthebbende zijn kwekersrecht kan handhaven.

  • 29. Voor welke gewassen wijkt de duur van het Nederlands kwekersrecht af van het Communautair kwekersrecht?

    Het Communautair kwekersrecht bedraagt 25 jaar. Voor de gewassen van wijnstokken en bomen bedraagt het Communautair kwekersrecht 30 jaar.

    Het Nederlands kwekersrecht bedraagt eveneens 25 jaar, behalve voor de rassen van de volgende gewassen, daar bedraagt het kwekersrecht 30 jaar:

    a. De rassen van het gewas aardappel, aardbei, acacia, anthurium, appel, es, esdoorn, iep, kers, kornoelje, krent, lijsterbes, linde, magnolia, peer, populier, pruim en wilg.
    b. De rassen van bolgewassen als bedoeld in bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007, alsmede freesia en nerine.

  • 30. Ook op de UPOV-website staan FAQ's. Zie onderstaande link.

    http://www.upov.int/about/en/faq.html