Subnavigatie

Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: plantenrassen@naktuinbouw.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

         fax: +31 (0)71 332 6363
    

Raad voor plantenrassen

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

Postbus 40, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina

Over de Raad

  • De belangrijkste taken en bevoegdheden die de Raad voor plantenrassen ingevolge de wet heeft zijn:

    • Verlening van nationaal kwekersrecht
    • Toelating van rassen en opstanden (landbouw-, groente- en bosbouwgewassen)
    • Aanwijzing van instandhouders (landbouw- en groentegewassen)
    • Vaststelling van rasnamen

    De Raad voor plantenrassen is een zelfstandig bestuursorgaan en als enige instantie in Nederland verantwoordelijk voor kwekersrecht verlening en toelating van plantenrassen en opstanden. De Raad wordt ondersteund door het Bureau voor plantenrassen, wat een onderdeel is van Naktuinbouw.

  • Verlening van nationaal kwekersrecht

    Eén van de belangrijkste taken van de Raad is de verlening van nationaal kwekersrecht.  Deze bijzondere vorm van intellectuele eigendomsbescherming voor de kwekers van nieuwe plantenrassen bestaat in Nederland sinds 1942. In 1961 werd het kwekersrecht geregeld in een internationaal verdrag (UPOV-verdrag). Op grond van dit verdrag zijn aangesloten lidstaten verplicht hun nationale kwekersrechtstelsel in te richten conform de bepalingen van dit verdrag. Nederland heeft dit verdrag geratificeerd en is derhalve gebonden aan dit verdrag. Ter uitvoering van dit verdrag zijn de criteria voor toekenning van een kwekersrecht bij en krachtens de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 geregeld. Onder meer moet uit onderzoek te velde of in de kas blijken dat het voorwerp van de beoogde bescherming een ras is, dat onderscheidbaar (Distinct, D), homogeen (Uniform, U) en bestendig (Stable, S) is. Dat onderzoek duurt, afhankelijk van de aard van het gewas, 1 tot 3 jaar. In bijzondere gevallen kan de duur van het onderzoek langer zijn.

  • Toelating van rassen en opstanden

    Op grond van de regelgeving van de Europese Unie mag van landbouw- en groentegewassen uitsluitend teeltmateriaal van toegelaten rassen worden verhandeld. Tevens moeten zogenaamde instandhouders van de toegelaten rassen worden geregistreerd in het nationaal rassenregister. Een instandhouder is een persoon of bedrijf die/dat het betrokken ras in zijn oorspronkelijke hoedanigheid in stand houdt.
    Ook voor de verhandeling van teeltmateriaal van bosbouwgewassen voor bosbouwkundige doeleinden geldt dat het teeltmateriaal afkomstig moet zijn van toegelaten rassen of opstanden.
     

    De toelating van rassen en opstanden is overgelaten aan de Lid-Staten. In Nederland gebeurt dat op grond van de ‘Zaaizaad- en plantgoedwet 2005’ door de Raad.

  • Aanwijzing van instandhouders

    Men wordt instandhouder van een ras door al dan niet uitdrukkelijke aanwijzing door de Raad voor plantenrassen. Zonder uitdrukkelijke aanwijzing zijn de kwekersrechthouder of degene op wiens naam een ras is toegelaten de instandhouder van het betrokken ras. Verder kunnen, in hun plaats of daarnaast, anderen uitdrukkelijke aanwijzing van de Raad instandhouder worden. Alleen de instandhouder(s) mag/ mogen basiszaad (landbouwgewassen) of standaardzaad (groentegewassen) voor handelsdoeleinden produceren en in de handel brengen.

    Bij aardappelrassen zijn er vaak meerdere stamselecteurs van hetzelfde ras. In dat geval zijn er meerdere instandhouders.

  • Vaststelling van rasnamen

    Het Bureau voor plantenrassen toetst of de voorgestelde naam voldoet aan de internationale regels voor de benaming van nieuwe rassen. Is de naam acceptabel, dan publiceert de Raad het voorstel in zijn elektronisch bulletin, de Gazette. Derden kunnen bezwaar indienen tegen de voorgestelde naam tot drie maanden na deze publicatie