Subnavigatie

Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: teamsupport@rasraad.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

    

Raad voor plantenrassen

Bezoekadres: 

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

 

Postadres:

Postbus 14, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina

Beleid instandhouding van rassen van landbouw- en groentegewassen

1. Controle van instandhouding van het ras

De instandhouder heeft de verplichting om te zorgen dat de rassen die zijn opgenomen in het Nederlandse rassenregister (NRR) in stand worden gehouden volgens de regels voor de stelselmatige instandhouding met betrekking tot het ras[1].  De Raad voor plantenrassen (de Raad) houdt hier toezicht op. De instandhouder zal zorgdragen dat het ras gedurende de gehele levensduur rasecht blijft .

 

Instandhoudingscontrole tuinbouwgewassen

Voor tuinbouwgewassen (met name groentegewassen) vindt instandhoudingscontrole in Nederland plaats overeenkomstig de werkwijze in het door Naktuinbouw vastgestelde Keuringsreglement.

 

Instandhoudingscontrole landbouwgewassen

Voor landbouwgewassen vindt de instandhoudingscontrole in Nederland plaats overeenkomstig de werkwijze in het door de NAK vastgestelde Keuringsreglement.

 

2. Verantwoordelijkheden

2.1. Verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten in Nederland

De registratie van Nederlandse instandhouders (van in Nederland in standgehouden rassen) in het NRR geschiedt door de Raad op aanwijzing van de keuringsinstellingen Naktuinbouw (voor tuinbouwgewassen) en de NAK (voor landbouwgewassen).

De Raad is verantwoordelijk voor onder andere de communicatie met degene die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het ras. In de dagelijkse praktijk heeft de Raad deze communicatie voor wat betreft de instandhouding van tuinbouwgewassen gedelegeerd aan de keuringsinstelling Naktuinbouw en voor landbouwgewassen aan de keuringsinstelling NAK. Op grond van door de Raad ingewonnen informatie en inlichtingen moet de instandhouding van het ras voldoende zijn gewaarborgd, waarmee verzekerd is dat het ras aan zijn identiteit en beschrijving blijft voldoen.
 

2.2. In NRR geregistreerd ras dat in een andere EU Lidstaat in stand wordt gehouden

Bij een nieuwe aanvraag voor instandhouding voor een ras dat staat geregistreerd in het NRR doch dat in een andere EU Lidstaat in stand wordt gehouden, neemt de Raad (indien nodig) contact op met de bevoegde autoriteit (in de betreffende Lidstaat) om informatie over de instandhouding in te winnen.

 

Daar waar nodig zullen de Lidstaten elkaar administratief bijstaan voor wat betreft de controle van instandhouding van de rasechtheid en raszuiverheid overeenkomstig paragraaf 2.1.

 

Indien dat voor de beoordeling van de correctheid van de instandhouding nodig wordt geacht kan de Raad besluiten tot het zelf (laten) uitvoeren van een opplanting en beoordeling van een monster dat in dat geval door de instandhouder moet worden aangeleverd. Hierbij wordt het originele referentiemonster (of: DUS-monster) vergeleken met het door de instandhouder aangeleverde monster.

 

2.3. In NRR geregistreerd ras dat in een land buiten de EU in stand wordt gehouden

Indien een ras in stand wordt gehouden in een land dat voor het betreffende gewas equivalent is verklaard met de EU, kan het ras op basis van Beschikking EU 2005/834 buiten de EU in stand worden gehouden[2]. Deze beschikking gaat over de gelijkwaardigheid (equivalentie) van de instandhoudingscontroles die worden verricht op basis van de Communautaire verkeersrechtlijnen met de controles op de instandhouding die in bepaalde derde landen worden verricht.   

Deze beschikking spreekt over de “officiële controles” op de instandhouding van rassen die de in de bijlage vermelde derde landen verrichten. Deze controles worden verricht door de in de bijlage bij deze beschikking vermelde autoriteiten (in derde landen) voor de soorten die onder deze beschikking vallen. Deze controles bieden dezelfde waarborgen als de controles door de Lidstaten.

 

Indien het betreffende land niet equivalent is verklaard kan een ras dat in dit land in stand wordt gehouden niet door de Raad geaccepteerd worden als een ras rechtsgeldige instandhouding.

 

Als de instandhouding van het ras plaats vindt buiten de EU zal de betrokken instandhouder middels een vragenlijst moeten verklaren op welke systematische wijze het ras in stand wordt gehouden. Daarnaast kan de Raad via de bevoegde autoriteiten in een ander land extra informatie betreffende controles en/ of certificering opvragen.

 

Indien dat voor de beoordeling van de correctheid van de instandhouding nodig wordt geacht kan de Raad besluiten tot het zelf (laten) uitvoeren van een opplanting en beoordeling van een monster dat in dat geval door de instandhouder moet worden aangeleverd. Hierbij wordt het originele referentiemonster vergeleken met het door de instandhouder aangeleverde monster.

 

2.4. Kosten instandhoudingscontrole voor rassen die buiten Nederland in stand worden gehouden

De financiering van de instandhoudingscontrole in Nederland vindt plaats op basis van kostendekkendheid. Voor rassen die in het NRR staan en buiten Nederland in stand worden gehouden dienen extra inspanningen te worden verricht om de instandhouding te controleren. Hiervoor wordt een jaarlijks (kostendekkend) tarief in rekening gebracht. Indien dit tarief niet wordt voldaan kan de instandhoudingscontrole niet worden verricht. Daarom zal bij niet-betaling het ras uiteindelijk worden geschrapt uit het NRR.

 

3. Werkwijze controle van instandhouding van ras

3.1. Controle referentiemonster

Het DUS-monster is het officiële referentiemonster dat wordt gebruikt voor de instandhoudingscontrole. Als er t.b.v. de instandhoudingscontrole een (nieuw) referentiemonster nodig is, zal dit namens de Raad bij de instandhouder worden opgevraagd en wordt dit monster met het officiële referentiemonster vergeleken en onderzocht op identiteit en homogeniteit. Het nieuwe monster wordt vervolgens het officiële referentiemonster.

Als de instandhouder niet (meer) in staat is om een monster te verstrekken dat conform het officiële referentiemonster is, zal de betreffende instandhouder ten aanzien van het betreffende ras uit het register worden verwijderd als instandhouder.

Bij meerdere instandhouders: als geen van de instandhouder(s) in staat is om een monster te verstrekken dat conform het officiële referentiemonster is, zal het ras uit het rassenregister worden verwijderd.

 

3.2 Nacontroles

Verschillende partijen zaad van in-stand-gehouden rassen worden door de keuringsinstelling regelmatig middels een nacontrole onderzocht om een betrouwbaar inzicht te verkrijgen in de instandhouding van het ras. De partijen zaad worden vergeleken met het officiële referentiemonster.

 

Voor vegetatief vermeerderde gewassen (zoals aardappelen) kan de controle op instandhouding veelal niet plaatsvinden aan de hand van een vergelijking met het officiële referentiemonster. In dergelijke gevallen kan de instandhoudingscontrole op een andere door de keuringsinstelling geschikt bevonden wijze plaatsvinden.[3]

 

3.3. Controle administratie

De bevoegde instantie van de lidstaat mag te allen tijde de administratie controleren die wordt bijgehouden door de verantwoordelijke(n) voor instandhouding van het ras.

 

3.3. Onderzoeken

De instandhouder moet monsters ter beschikking stellen van alle partijen die op aanwijzing van de bevoegde autoriteiten nodig zijn voor het onderzoek naar rasechtheid en raszuiverheid. Indien uit onderzoek blijkt dat een bepaald ras niet (meer) aan de eisen van rasechtheid voldoet, of dat er een groot aantal ras-afwijkende planten is gevonden, waardoor er twijfels zijn ontstaan over de instandhouding van dat ras, en er geen of onvoldoende maatregelen worden genomen om weer tot conformiteit met de rasbeschrijving te komen, zal het ras uiteindelijk worden verwijderd uit het NRR.

 

Publicatie, inwerkingtreding en citeertitel

4.1. De “Regeling registratie van een instandhouding en instandhouder van zaadvermeerderde groenterassen” zoals gepubliceerd in de Gazette van de Raad voor plantenrassen van 16 augustus 2006 (nr. 471) wordt ingetrokken.

4.2. Dit reglement treedt op de dag na publicatie in werking.

4.3. Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement instandhouding en instandhouder 2019”.