Subnavigatie

Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: teamsupport@rasraad.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

    

Raad voor plantenrassen

Bezoekadres: 

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

 

Postadres:

Postbus 14, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina

Procedure Methodiekenonderzoek

            METHODIEKENONDERZOEK

PROCEDURE VOOR PROJECTVOORSTELLEN

 

Inleiding

Het zogenaamde methodiekenonderzoek beoogt vooral de efficiencyverbetering van het onderzoek,

dat ten grondslag ligt aan de kwekersrechtverlening voor en registratie van plantenrassen op basis

van de Nederlandse regelgeving. De projecten in het kader van het methodiekenonderzoek worden

door het Ministerie van LNV gefinancierd. Sinds 1 februari 2006 is de goedkeuring van projecten en

het beheer van het budget aan de Raad voor plantenrassen opgedragen (de Raad).

 

In het 3-partijencontract tussen het Ministerie van LNV, Naktuinbouw en de Raad is het methodiekenonderzoek aangeduid als een additionele werkzaamheid die de Raad

in opdracht van LNV verricht en ten aanzien waarvan de Raad een coördinerende

en opdracht gevende taak heeft naar Naktuinbouw en andere uitvoerende organisaties. Het methodiekenonderzoek is als volgt omschreven:

 

"Methodiekenonderzoek”

Om het onderzoek ten behoeve van toelating en kwekersrecht in Nederland zo efficiënt mogelijk uit te

kunnen voeren en om recht te doen aan de leidende positie van Nederland in dit onderzoek, is het van

belang dat bij het onderzoek gebruik wordt gemaakt van de best beschikbare technieken. Aangezien

doorlopend sprake is van aanpassing en vernieuwing, dient hiervoor onderzoek te worden gedaan. Dit

kan bijvoorbeeld gaan over de ontwikkeling van een nieuwe onderzoekstechniek, maar ook over de

aanpassing van een bestaande techniek. Het kan het feitelijke onderzoek betreffen, maar ook

bijvoorbeeld de ontwikkeling van tools waarmee het voor de aanvrager makkelijker wordt om de

aanvraagformulieren in te vullen of de ontwikkeling van systemen waarmee de handhaving van het

recht verbeterd kan worden. Elke organisatie die zich bezighoudt op het terrein van onderzoek ten

behoeve van toelating of kwekersrecht kan voorstellen indienen in het kader van dit methodiekenonderzoek.

Naktuinbouw dient hierbij als secretariaat en draagt zorg voor de voorlegging van de

voorstellen aan de Raad die hiertoe het verzoek beoordeelt, een organisatie

aanwijst die het onderzoek zal uitvoeren en hiertoe financiële middelen beschikbaar stelt uit het

budget methodiekenonderzoek. Vervolgens wordt het onderzoek uitgevoerd waarbij Naktuinbouw

voortgangsbewaking en rapportage verzorgt.

 

Over de projecten in het kader van het methodiekenonderzoek is in het 3-partijencontract vastgelegd:

Opdrachtgever: de Raad voor plantenrassen

Regie en inventarisatie: Naktuinbouw

Uitvoering: Naktuinbouw, WUR en eventueel anderen.

Op te leveren producten: verslagen van de onderzoeksprojecten en nieuwe methodieken, te

presenteren aan de Raad.

Jaarlijks overzicht van gemaakte kosten in het kader van het methodiekenonderzoek: Naktuinbouw.

 

Elementen van de procedure

De volgende elementen van de onderhavige procedure zijn relevant voor de Raad:

1)         Tijdpad en procedure indienen projectvoorstel

2)         Subsidievoorwaarden

3)         Inventarisatie van ideeën

4)         Eigendom van projectresultaat

5)         Format voor projectvoorstellen

6)         Behandeling van voorstellen

7)         Majeure wijzigingen in projectvoorstel

8)         Financiën

9)         Gunning van uitvoering

10        Tijdpad

11)       Rapportage

12)       Betrokkenheid van het bedrijfsleven; cofinanciering

13)       Bekendmaking

 

1.         Tijdpad en procedure indienen projectvoorstel

  1. Verzending uitnodiging tot het indienen van een methodiekenproject – uiterlijk 8 september van het jaar voorafgaand aan het onderzoeksjaar.

Door de Raad wordt een brief gestuurd waarin organisaties - die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het methodiekenonderzoek met betrekking tot de verlening van nationaal kwekersrecht en toelating van plantenrassen – worden uitgenodigd om een projectvoorstel in te dienen.

  1. Uiterlijk 3 oktober daaropvolgend worden de projectvoorstellen door de projectorganisaties ingediend bij de secretaris van de Raad en door hem doorgeleid aan Naktuinbouw.
  2. Uiterlijk 25 oktober worden de projectvoorstellen (na inventarisatie) door Naktuinbouw aangeleverd aan de secretaris van de Raad. Hierbij gaat een financieel overzicht van de in het betreffende jaar te besteden gelden.
  3. Bij de projectvoorstellen voor het volgende jaar wordt tevens een tussenrapportage geleverd van de methodiekenprojecten van het huidige jaar.
  4. De stukken worden twee weken voor aanvang van de vergadering waarin wordt beslist over subsidieverlening aan de ingediende projectvoorstellen door de secretaris van de Raad verzonden aan de leden van de Raad.

 

2.         Subsidievoorwaarden

Financiering eigen organisatie en cofinanciering

In het geval er sprake is van cofinanciering voor het project geschiedt de subsidieverlening door de Raad onder de voorwaarde dat ook de subsidie die in het kader van cofinanciering wordt gevraagd verleend wordt.

 

Voortgangsrapportage

Wij verbinden aan deze subsidie de voorwaarde dat u:

  1. Uiterlijk op 1 oktober van het betreffende jaar bij de Raad een inhoudelijke en financiële tussenrapportage indient van het project.
  2. In het geval dat sprake is van cofinanciering dient de rapportage te zijn op het project in zijn geheel.
  3. Indien de subsidieverlening enkel ziet op het eerste jaar van een meerjarig project wil de Raad – ook na afloop van het eerste jaar - geïnformeeerd worden over de voortgang.
  4. Meerjarige projecten worden tussentijds geëvalueerd tijdens de jaarlijkse vergadering in november van de Raad, met de opmerking dat projectuitvoerders bij problemen onverwijld zelf de Raad informeren.

 

Eindrapportage

Wij verzoeken u om uiterlijk 15 maart na afloop van het betreffende onderzoeksjaar een eindrapportage van het project aan te leveren op grond van het format zoals dat is opgenomen in het document “methodiekenonderzoek”.

 

3.         Inventarisatie van ideeën

Het methodiekenonderzoek richt zich in de eerste plaats op een zo efficiënt mogelijke uitvoering van het onderzoek, dat nodig is voor de beslissingen van de Raad in het kader van kwekersrechtverlening en/of toelating. Dat onderzoek betreft in overwegende mate het zogenaamde DUS-onderzoek en in mindere mate, bij bosbouwgewassen, cultuur- en gebruikswaarde-onderzoek (CGO). Het CGO bij landbouwgewassen wordt geregisseerd door het bedrijfsleven, zodat efficiencyverbetering in dat onderzoek in eerste aanleg een zaak van het bedrijfsleven is.

Tegen die achtergrond is het opportuun dat (een functionaris van) de met het DUS-onderzoek belaste Nederlandse instelling (te weten Naktuinbouw) inventariseert op welke punten verbeteringen mogelijk zouden zijn. Dat spoort ook met het 3-partijencontract dat de regie van het

methodiekenonderzoek bij de Naktuinbouw heeft neergelegd. Ideeën voor verbetering kunnen uit de koker van de Naktuinbouw komen, maar het is gewenst dat men ook te rade gaat bij de wetenschap of een andere organisatie met expertise op het betrokken gebied. Daarnaast is het nuttig te weten welke oplossingen in het buitenland zijn gevonden.

In daarvoor in aanmerking komende gevallen betrekt de projectcoördinator, hetzij op eigen initiatief hetzij na aanwijzing van de Raad, het inzicht van een wetenschappelijke instelling (bijv. het PRI) of een uitvoeringsinstantie (bijv. de BKD) bij een mogelijke probleemoplossing. Per project moet duidelijk zijn welke instellingen uitgenodigd zijn een projectvoorstel in te dienen en welke instellingen daadwerkelijk een projectvoorstel hebben ingediend. Indien er meer dan één kandidaat is om het project uit te voeren, heeft de Raad behoefte aan een gemotiveerd gunningsadvies. Verder is het relevant te weten wie bet projectresultaat gaat toepassen.

 

4.       Eigendom van projectresultaten

Aangezien de projecten hoofdzakelijk met overheidsgeld worden gefinancierd, geldt als uitgangspunt dat de eigendom van de projectresultaten aan de Staat (Raad voor plantenrassen) toekomt. De verschillende soorten van projectresultaten geven de volgende situaties:

  1. Literatuuronderzoek

Resultaat: Rapport aan de Raad, eigendom van de Raad. Geen exclusieve rechten voor derden, verspreiding van het rapport pas na toestemming van de Raad.

  1. Ontwikkeling van stoffelijke zaken

Resultaat: Product, eigendom naar de gebruiker. Geen exclusieve rechten voor derden.

  1. Ontwikkeling van procedé

Resultaat: Beschrijving van een werkwijze geen exclusieve rechten voor derden. De werkwijze moet toegankelijk zijn voor derden, in voorkomend geval d.m.v. licentie op privaatrechtelijk beschermde onderdelen van de werkwijze.

 

5.         Format van voorstellen (max 2 A4’s)

  • Beschrijving van probleem.
  • Met welke instelling(-en) is het probleem besproken? Resultaat?
  • Urgentie om het probleem op te lossen.
  • Belang van een oplossing voor de Raad.
  • Mogelijke oplossing
  • Eigendom van projectresultaat; instemming van voorgestelde uitvoerder
  • Wie gaat het projectresultaat gebruiken?
  • Oplossing ook direct bruikbaar voor bedrijfsleven?
  • Leent het project zich voor cofinanciering (bedrijfsleven; CPVO)?
  • Uitwerking in fasen; onderzoeksjaar/-jaren.
  • Voorstel voor uitvoerder(-s).
  • Begrote kosten per fase.  
  • Rapportagemoment(-en).         
  • Gunningsadvies + motivering.  

 

6.         Behandeling van projectvoorstellen

In beginsel worden de projectvoorstellen behandeld in een vergadering van alle afdelingen

tezamen, te houden in het najaar van het jaar onmiddellijk voorafgaande aan (het eerste jaar van)

de uitvoering Zo nodig geeft projectcoördinator een toelichting in de vergadering van de Raad.

Beoordeling door de Raad

  • Zijn projectvoorstellen voldoende breed geïnventariseerd?
  • Kent het buitenland een oplossing?
  • Past het projectvoorstel in het kader van het methodiekenonderzoek? (o.m. belang voor
  • de Raad)
  • Urgentie van probleemoplossing.
  • Wijze waarop project moet worden uitgevoerd.
  • Gunning: wie zal het project gaan uitvoeren?

Berichtgeving van goedkeuring aan de projectcoördinator.

Goedgekeurde projectvoorstellen ter kennisneming aan alle afdelingen en aan LNV.

 

7.         Majeure wijzigingen in projectvoorstel

Indien de Raad belangrijke wijzigingen in een projectvoorstel aangebracht wil zien, zal de indiening van een gewijzigd projectvoorstel af worden gewacht, waarna beslist zal worden.  

 

8.         Financiën

In haar goedkeuring geeft de Raad het maximale budget per project(-fase) aan.

Ten aanzien van goedgekeurde projecten of, in voorkomend geval, goedgekeurde fase(n) van

projecten is de secretaris gemachtigd toestemming voor betaling overeenkomstig de factuur doch

maximaal de begrote kosten te geven. Facturering en betaling in verschillende fasen van uitvoering is mogelijk, bijv. 40% bij aanvang, 40% in de loop van de uitvoering en 20% bij oplevering van de rapportage.

 

9)         Gunning van de uitvoering

In haar goedkeuring geeft de Raad aan welke organisatie(s) het project moet(en) uitvoeren.

 

10)       Tijdpad uitvoering project

Tenzij de Raad in haar goedkeuring een afwijkend tijdpad aangeeft, gebeurt de uitvoering van een

goedgekeurd project overeenkomstig het projectvoorstel. In bijzondere omstandigheden kan de

projectcoördinator een wijziging van het goedgekeurde tijdpad voorstellen.

 

11)       Rapportage

Rapportage + factuur worden opgemaakt na elke uitvoeringsfase, in te dienen door de uitvoerder via projectcoördinator.

Secretaris geleidt rapportage door naar de Raad.

 

Inhoudelijk: duidelijk wordt geformuleerd wat het project heeft opgeleverd en wat dit betekent voor de praktijk (dit is gewenst richting bedrijfsleven en LNV).

 

12)       Betrokkenheid van het bedrijfsleven; cofinanciering

Er zijn twee redenen om het bedrijfsleven te informeren en te polsen:

1)  Transparantie: inzicht in (voorgenomen) projecten en budgetbesteding

2)  Cofinanciering door bedrijfsleven

Het lijkt aangewezen [?] dat de Raad, na haar eigen screening, inzicht geeft over mogelijke projecten.

Met betrekking tot projecten waarvan de resultaten ook direct bruikbaar zijn voor het bedrijfsleven, moet cofinanciering aan de orde worden gesteld, desnoods als voorwaarde voor goedkeuring van het project. Ook kan cofinanciering door het CPVO opportuun zijn.

In sommige gevallen zal onzekerheid over cofinanciering de beslissing omtrent een project vertragen.

In principe kan in het geval dat sprake is van cofinanciering, in afwachting van de reactie van de beoogde co-financier, niet gestart worden met de eerste fase(n) van het project. Zie hiervoor de subsidievoorwaarden.

 

13.       Bekendmaking van projectrapporten

De Raad zal het publiek informeren over de eindrapportage van de projecten in het kader van het methodiekenonderzoek, bijv. via de website.

 

 

Roelofarendsveen, 9 september 2020