Raad voor plantenrassen moet kwekersrecht in kunnen laten trekken
Staatssecretaris Rummenie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gaat terugwerkende kracht bij het vernietigen van een kwekersrecht regelen in de Zaaizaad- en plantgoedwet
Raad voor plantenrassen moet kwekersrecht in kunnen laten trekken
Daarbij wil hij meteen enkele andere verbeterpunten meenemen in het wetsvoorstel. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer. De staatssecretaris verwacht dit voorstel in de loop van 2026 aan de Tweede Kamer te kunnen aanbieden.
De Raad voor plantenrassen kan nu zelf geen kwekersrechten laten intrekken of vernietigen. Dit kan volgens de wet alleen 'door iedere belanghebbende en door de verantwoordelijke minister worden gevorderd' bij de burgerlijke rechter.
Rummenie vindt het wenselijk wanneer de Raad voor plantenrassen ontdekt dat een kwekersrecht ten onrechte is verleend, is het ook door de raad hersteld kan worden. In het concept wetsvoorstel tot wijziging van de Zaaizaad- en plantgoedwet, dat hij in de loop van 2025 al in consultatie brengt, zal die wijziging ook zijn opgenomen.
Publicatie in agriholland.nl nieuws
bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 17/01/2025
Bekijk ook
Nieuwsbericht
Gazette van de Raad voor plantenrassen januari 2026
De Gazette is het publicatieblad van de overheid. Iedere maand wordt de nieuwe Gazette gepubliceerd.
Nieuwsbericht
Onderhoud website
Op dinsdag 27 januari wordt er onderhoud aan de website uitgevoerd.
Nieuwsbericht
Wijziging inlevereisen stam- en stokbonen
In 2026 gaat Naktuinbouw starten met de implementatie van UPOV Model 2 voor DUS onderzoek van bonenaanvragen.
Deze methode combineert moleculaire data (gebaseerd op genetische afstanden) met fenotypische waarnemingen (gebaseerd op morfologische kenmerken).
Model 2 vervangt de morfologische beoordeling niet; het gebruikt moleculaire gegevens om het DUS-proces te optimaliseren en evt. te verkorten.
Binnen dit model wordt de eerste selectie van vergelijkingsrassen gebaseerd op DNA-analyse, gevolgd door een 1e proef waarin de morfologische kenmerken worden beoordeeld en waarin wordt gecontroleerd of geen rassen over het hoofd zijn gezien. Daarna volgt indien nodig nog een 2e onderzoeksjaar.
Uniformiteit wordt in het veld beoordeeld.