Wat houdt instandhouding van een ras in?
Groente- en landbouwrassen moeten een instandhouder hebben om geregistreerd/toegelaten te worden in het nationaal rassenregister.
Wat houdt instandhouding in?
De registratie in het nationaal rassenregister (NRR) van een groente- en landbouwras duurt 10 jaar.
Om een ras te kunnen verhandelen moet een ras geregistreerd/toegelaten zijn in het nationaal rassenregister. Na 10 jaar vervalt deze registratie en is er de mogelijkheid om herregistratie aan te vragen. Door herregistratie aan te vragen blijft het ras geregistreerd en blijft het zijn handelspositie houden zodat het ras verkocht kan worden binnen de EU. Na het aanvragen van herregistratie wordt het ras beoordeeld door de keuringsdienst. Hierbij wordt bekeken of het ras nog rasecht is. Rasecht wil zeggen dat het ras nog steeds hetzelfde is als de DUS-rasbeschrijving die is gemaakt toen het ras toegelaten werd. Hierdoor voldoet het ras aan de eisen van instandhouding. De kosten voor het aanvragen van herregistratie kunt u vinden in de tarieventabel van dit jaar.
Instandhoudingscontrole landbouwgewassen
Voor landbouwgewassen vindt de instandhoudingscontrole in Nederland plaats. Dit gebeurt door een door de NAK vastgesteld keuringsregelement.
Bij de keuringsvelden wordt onderscheid gemaakt in de voorcontrole- en nacontrolevelden. Doel van de voorcontrole is de instandhouding van bestaande rassen te controleren. Bestaande rassen worden hierbij beoordeeld op rasechtheid en raszuiverheid voordat partijen zaaizaad en pootgoed in het handelsverkeer worden gebracht. Nacontrolevelden geven inzicht in de wijze van uitvoering van de keuring (uniformiteitsbewaking).
Bekijk ook
Nieuwsbericht
Gazette van de Raad voor plantenrassen januari 2026
De Gazette is het publicatieblad van de overheid. Iedere maand wordt de nieuwe Gazette gepubliceerd.
Nieuwsbericht
Onderhoud website
Op dinsdag 27 januari wordt er onderhoud aan de website uitgevoerd.
Nieuwsbericht
Wijziging inlevereisen stam- en stokbonen
In 2026 gaat Naktuinbouw starten met de implementatie van UPOV Model 2 voor DUS onderzoek van bonenaanvragen.
Deze methode combineert moleculaire data (gebaseerd op genetische afstanden) met fenotypische waarnemingen (gebaseerd op morfologische kenmerken).
Model 2 vervangt de morfologische beoordeling niet; het gebruikt moleculaire gegevens om het DUS-proces te optimaliseren en evt. te verkorten.
Binnen dit model wordt de eerste selectie van vergelijkingsrassen gebaseerd op DNA-analyse, gevolgd door een 1e proef waarin de morfologische kenmerken worden beoordeeld en waarin wordt gecontroleerd of geen rassen over het hoofd zijn gezien. Daarna volgt indien nodig nog een 2e onderzoeksjaar.
Uniformiteit wordt in het veld beoordeeld.