Onafhankelijkheidsprotocol Cultuur en gebruikswaarde onderzoek

14 januari 2015

Binnenkort vertrekt de medewerker van Naktuinbouw die het toezicht namens de Raad verzorgt op het gebied van Cultuur en gebruikswaarde onderzoek (CGO) aan landbouwgewassen. De huidige functionaris zal op het gebied van het CGO worden opgevolgd door een medeweker van Naktuinbouw die gedetacheerd wordt vanuit Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO). De bij het CGO betrokken stakeholders (de Raad voor plantenrassen, Naktuinbouw en CSAR) vinden dit een goede aanleiding om de positie van de Naktuinbouw medewerker binnen het CGO duidelijk te beschrijven teneinde zijn onafhankelijk functioneren ten opzichte van de Raad, Naktuinbouw, CSAR, PPO en andere uitvoerders van het CGO te garanderen en om mogelijke belangverstrengeling en belangenconflicten te voorkomen.

 

Inleiding

Met het CGO wordt de landbouwkundige waarde van een ras van een landbouwgewas bepaald. Het CGO is naast DUS nodig om toelating tot de nationale rassenverkeerslijst te krijgen voor een ras van een landbouwgewas. Het CGO voor de toelating van landbouwgewassen vindt in Nederland plaats onder verantwoordelijkheid van de Raad voor plantenrassen (de Raad). Hiertoe stelt de Raad per gewas onderzoeksprotocollen vast en houdt hij toezicht op de proeven en de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten. De juridische basis hiervoor is de Zaaizaad- en Plantgoedwet, artikel 35 en het Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen (artikel 16 t/m 18).

Uitbesteding toezicht op CGO

De Raad heeft het toezicht op de uitvoering van het CGO op grond van het driepartijencontract tussen de Staat – Naktuinbouw en de Raad (inclusief Service Level Agreement) uitbesteed aan Naktuinbouw/ afdeling Rassenonderzoek. De feitelijke uitvoering van het CGO vindt niet plaats bij Naktuinbouw maar bij diverse (aangewezen) uitvoerende instanties. Deze uitvoerende instanties zijn momenteel: PPO, DLV, ASG, IRS en NAK Services BV. Het CGO wordt georganiseerd en gefinancierd door de kwekers (Plantum), en, voor enkele gewassen, de telers en de industrie.

Het officiële CGO ten behoeve van de toelating wordt bij de meeste gewassen gevolgd door een extra beproevingsjaar ten behoeve van de aanbevelende rassenlijst. Op basis van (dan) in totaal drie jaar CGO besluit de Commissie voor de Samenstelling van de Aanbevelende Rassenlijst (CSAR) tot opname in de aanbevelende rassenlijst. Deze lijst wordt jaarlijks door CSAR uitgegeven. De resultaten van dit aanbevelende CGO worden gepubliceerd door middel van persberichten van CSAR en Rassenbulletins door de betrokken onderzoeksinstellingen. De onderzoeksresultaten van het wettelijk CGO worden door de Raad niet gepubliceerd.

 

Werkzaamheden Naktuinbouw medewerker t.b.v. wettelijk CGO

Bij het opstellen van de onderzoeksprotocollen, het toezicht op het onderzoek en de uiteindelijke besluitvorming maakt de Raad gebruik van de kennis en expertise van een daartoe aangewezen medewerker van Naktuinbouw. De rol van deze medewerker kan als volgt worden beschreven.

Rol medewerker bij het opstellen van het CGO protocol

De medewerker adviseert de Raad bij het formuleren van de voorwaarden waaraan het CGO moet voldoen. Vervolgens worden deze voorwaarden neergelegd bij de betreffende gewaswerkgroep met het verzoek om – met inachtneming van deze voorwaarden - een ontwerp onderzoeksprotocol op te stellen, dan wel het bestaande protocol aan te passen. De medewerker is bij deze bespreking van de gewaswerkgroep aanwezig als adviseur en om (desgewenst) de voorwaarden toe te lichten. Vervolgens wordt het ontwerp protocol ter vaststelling besproken in de Raad. Ook bij deze bespreking in heeft de medewerker een adviserende rol.

Voor kleine landbouwgewassen waarvoor niet jaarlijks CGO plaatsvindt, worden voorstellen voor protocollen opgesteld door de medewerker, die daartoe ook overleg heeft met de betrokken bedrijven

Rol medewerker

De medewerker van Naktuinbouw houdt namens de Raad toezicht op de uitvoering van de CGO proeven bij de uitvoerders. Daarnaast bespreekt hij de uitkomsten van de onderzoeksproeven met de uitvoerders en rapporteert hij deze uitkomsten aan de Raad. Uiteindelijk beslist de Raad op een aanvraag tot toelating van een landbouwgewas na advies van Naktuinbouw.

 

Positie van de medewerker

De medewerker van Naktuinbouw heeft een dienstverband met PPO. Vanuit PPO wordt hij gedetacheerd aan Naktuinbouw om de hiervoor onder punt 2 benoemde werkzaamheden te verrichten voor de Raad. De medewerker is noch lid van de Raad noch van de gewaswerkgroep.

 

Onafhankelijk functioneren van de medewerker

Het is essentieel dat de medewerker zijn werkzaamheden in het kader van het CGO onafhankelijk kan verrichten en ook overigens onafhankelijk kan functioneren, zonder ingrijpen van wie dan ook. De onafhankelijkheid heeft in het bijzonder (maar niet limitatief) betrekking op:

de medewerker moet in de gelegenheid worden gesteld om het toezicht op- en de beoordeling van de onderzoeksproeven bij de uitvoerende instanties onbelemmerd en zonder ingrijpen te kunnen uitvoeren;
indien er onderzoeksproeven door de medewerker zelf bij PPO worden uitgevoerd zal t.b.v. de objectiviteit het toezicht en de beoordeling plaatsvinden door de DUS manager landbouwgewassen van Naktuinbouw;
in het verlengde van het wettelijk CGO verricht de medewerker ook werkzaamheden voor het aanbevelend (bovenwettelijk) CGO. Alle belanghebbenden stellen de medewerker in staat om zijn werkzaamheden van het wettelijk CGO onafhankelijk te kunnen uitvoeren.

 

Klachtenprocedure

Aanvrager kan tegen tegen de feitelijke gang van zaken bij het wettelijk CGO een klacht indienen als hij zich benadeeld voelt. Een dergelijke klacht zou bijvoorbeeld de medewerker van Naktuinbouw kunnen betreffen.

Procedure: naar aanleiding van een klacht volgt een hoorzitting. Hierbij zijn aanwezig de secretaris van de Raad, een functionaris van Naktuinbouw en een lid van CSAR. Uiteindelijk beslist de Raad of een klacht gegrond is.

 

Slotbepaling

Ondergetekenden zullen alles in het werk stellen om het protocol na te leven. Dit protocol kan niet eenzijdig worden gewijzigd of opgezegd. Indien (één van de) ondergetekenden het niet eens kunnen worden over aangelegenheden die in dit protocol niet (nader) zijn geregeld, beslist de Raad voor plantenrassen nadat het de betrokkenen heeft gehoord.

 

Aldus ondertekend voor akkoord:

 

Raad voor plantenrassen

 

Naktuinbouw

 

CSAR

 

Medewerker (functionaris) Naktuinbouw

Bekijk volgend bericht

Bekijk vorige bericht


Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: teamsupport@rasraad.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

    

Raad voor plantenrassen

Bezoekadres: 

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

 

Postadres:

Postbus 14, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina