Menu

Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: teamsupport@rasraad.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

    

Raad voor plantenrassen

Bezoekadres: 

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

 

Postadres:

Postbus 14, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina

Amateur-, instandhoudings- en landrassen

Toelatingsonderzoek amateurrassen, instandhoudingsrassen en landrassen

De regels voor het aanmelden en in de handel brengen van landrassen, instandhoudingsrassen en amateurrassen wijken af van die voor gangbare rassen. 

Dit zijn bijvoorbeeld oude landrassen die niet aan de voorwaarden van uniformiteits- of cultuurwaarde voldoen of rassen die ontwikkeld zijn voor de teelt onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld voor volkstuintjes. De financiële omzet daarvan is soms zo gering dat de kosten van het DUS-onderzoek niet terugverdiend kunnen worden. 

Over dit onderzoek

Behoud van genetische variatie

Binnen Europa wordt erkend dat er een behoorlijk risico is op verlies van genetische variatie en genetische bronnen als deze rassen niet op een degelijke manier geregistreerd worden met de daarbij behorende keuring. Om het risico op verlies van deze genetische variatie en genetische bronnen tegen te gaan en om inzicht te krijgen om hoeveel en welke rassen het gaat, zijn er twee Europese richtlijnen opgesteld en aangenomen. De EU-landbouwrichtlijn 2008/62 gaat over het in de handel brengen van zaaizaad en pootaardappelen van landrassen en instandhoudingsrassen. De EU-groenterichtlijn 2009/145 gaat over het in de handel brengen van zaaizaad van landrassen, instandhoudingsrassen en amateurrassen.

Voorwaarden voor registratie

In Nederland is besloten om alleen rassen in behandeling te nemen die werkelijk gecommercialiseerd worden. Hiervoor is een financiële grens gedefinieerd van de omzet van minimaal € 500,- per ras per jaar. Onder deze grens is er dus geen verplichting om het ras aan te melden. Verder mag het ras niet in het Nederlands Rassenregister zijn opgenomen en daar de afgelopen 2 jaar ook niet in opgenomen zijn geweest.

Voorwaarden aan de verkoop

Voor deze rassen zijn er beperkingen in de verkoop van uitgangsmateriaal (zaad, pootaardappelen) en in de teelt.

Landrassen en instandhoudingsrassen (landbouw en groente)
De teelt, de instandhouding en de verkoop van het ras mag alleen plaatsvinden in het gebied van oorsprong. Tevens mag een beperkt teeltoppervlakte worden gebruikt om het ras op te telen.

Amateurrassen (groente)
Alleen verkoop in kleine verpakkingen is toegestaan. Op het label moet aangegeven worden dat het ras ontwikkeld is voor teelt onder bepaalde omstandigheden.

De teeltoppervlakte en de grootte van de verpakkingen zijn vastgelegd in de bijlagen van de beide richtlijnen.

De autorisatieregeling is niet van toepassing op landrassen, instandhoudingsrassen en rassen ontwikkeld voor de teelt onder bijzondere omstandigheden (zogenaamde amateurrassen), omdat er voor deze categorieën restricties zijn in teeltgebieden en hoeveelheden die op de markt gebracht mogen worden. Zie hiervoor de EU-richtlijnen 2008/62 (Landbouw) en 2009/145 (Groenten).

Het onderzoek aan landrassen, instandhoudingsrassen en amateurrassen

Het onderzoek neemt in principe één proefjaar in beslag. De aanmelding wordt vergeleken met het ingeleverde beschrijvingsformulier en zo nodig met beschrijvingen van het ras uit bestaande bronnen en er zal een rasbeschrijving worden gemaakt. Er worden geen resistentietoetsen uitgevoerd. Uniformiteit wordt beoordeeld op basis van afwijkende typen. Daarbij wordt een populatienorm van 10% en een toelatingskans van ten minste 90% gehanteerd.

CGO-onderzoek zal alleen worden uitgevoerd bij uitzonderlijke gebruikskwaliteit.

Als de onderzochte rassen aan de voorwaarden voldoen, zullen deze vervolgens worden opgenomen in het Nederlands Rassenregister (NRR) en de Europese rassenverkeerslijsten.

Na registratie

In principe vindt er eens per 10 jaar een controle op de instandhouding van het ras plaats. Deze wordt uitgevoerd door de afdeling Keuringen van Naktuinbouw.

 

Aanmelden

Aanmelding van landrassen, instandhoudingsrassen en amateurrassen

Er zal worden vastgesteld wat de precieze status is van de aangemelde rassen. De verantwoordelijke voor de instandhouding moet worden vastgesteld en er wordt nagegaan of het betreffende ras soms al (wellicht onder een synoniembenaming) op de rassenverkeerslijst is opgenomen.

De aanmelder zal naast het aanmeldingsformulier een beschrijvingsformulier moeten inleveren. Op basis van de door de instandhouder geleverde beschrijvingen zullen de aangemelde rassen in de proeven worden onderzocht. Voor dit onderzoek moet een monster worden aangeleverd. Hierop zijn de algemene inzendeisen van toepassing en voor groentegewassen de specifieke inzendeisen voor deze rassen. Voor landbouw zijn de inzendeisen zoals die voor gangbare aanmeldingen.

Als er meer instandhouders/verkopers van een aan te melden ras zijn, zullen de bedrijven onderling moeten regelen wie aanmeldt en hoe de aanmeldingskosten gedragen worden.