Subnavigatie

Heeft u vragen?

Vragen bij het aanvragen van kwekersrecht of toelating? U kunt ons e-mailen: plantenrassen@naktuinbouw.nl

of bellen: +31 (0)71 332 6137

         fax: +31 (0)71 332 6363
    

Raad voor plantenrassen

Sotaweg 22, 2371 GD Roelofarendsveen

Postbus 40, 2370 AA Roelofarendsveen

Ga naar de contactpagina

DUS-onderzoek

Voordat een ras kwekersrecht krijgt of een ras op de nationale rassenverkeerslijst komt, is technisch onderzoek nodig. Voor kwekersrecht alleen DUS-onderzoek, voor toelating tot de rassenverkeerslijst DUS-onderzoek en cultuur- en gebruikswaardeonderzoek (CGO). Hiernaast vindt administratief onderzoek plaats.
 

DUS-onderzoek

Naktuinbouw stelt in het technisch DUS-onderzoek vast of het nieuwe ras zich onderscheidt van alle reeds bestaande rassen binnen het betreffende gewas (Distinct), of het ras uniform (Uniform) is en of het ras bestendig (Stable) blijft tijdens de vermeerdering. Naktuinbouw onderzoekt in veld– en kasproeven individuele planten van het ras en van vergelijkingsrassen.

In verband met bilaterale afspraken vindt niet voor alle gewassen het technisch DUS-onderzoek in Nederland plaats. In een aparte tabel vindt u het overzicht van de bilaterale afspraken. 
 

Monster tijdig en goed

Het is belangrijk dat een monster van het nieuwe ras op tijd, voor het begin van een nieuw seizoen, wordt ingeleverd. Voor ieder gewas is er een uiterste inzenddatum.
Het monster moet voldoen aan een aantal eisen, zoals de aard van het materiaal, de hoeveelheid en de gezondheid. Zaden mogen niet behandeld zijn, tenzij met uitdrukkelijke toestemming. Het zaad mag nooit gepilleerd of geprimed zijn, daar dit de beoordeling van zaadkenmerken kan verhinderen en invloed kan hebben op de kiemkracht en daarmee op de ontwikkeling van het gewas.
Als het identiteitsmonster niet op tijd is ingeleverd of niet voldoet aan de eisen, trekt de Raad voor plantenrassen de aanvraag van rechtswege in. De aanvraag kan zonder extra aanvraagkosten voor het volgende seizoen opnieuw worden ingediend.
Let op: voor het materiaal voor CGO kunnen andere data en eisen gelden. Die staan vermeld in de CGO-gewasprotocollen.

 

Nieuw kenmerk, snel melden

Naktuinbouw onderzoekt volgens CPVO-protocollen (Communautair Bureau voor plantenrassen), UPOV-richtlijnen (International Union for the Protection of New Varieties of Plants) of nationale protocollen.
Hangt het onderscheid van het nieuwe ras af van een kenmerk dat niet in een van deze protocollen is opgenomen? Meld dat dan al bij de aanvraag, om problemen in de eindfase te voorkomen. Doorgaans moet namelijk in een aparte procedure toestemming verkregen worden om zo’n nieuw kenmerk te gebruiken. Dat kost tijd en kan de toelating of het verkrijgen van kwekersrecht vertragen.

 

Tijdens het onderzoek

DUS-onderzoek neemt in het algemeen twee groeicycli in beslag. Een groeicyclus is de duur van het onderzoek waarin alle kenmerken kunnen worden waargenomen die nodig zijn voor het DUS-onderzoek. De eindrapportage volgt meestal na de tweede groeicyclus. Zijn er nog onduidelijkheden, dan is soms een extra groeicylcus nodig.
Na elke groeicyclus ontvangt de aanvrager een tussenrapportage met de stand van zaken en de plannen voor de volgende groeicyclus. Voor elke groeicyclus zijn onderzoekskosten verschuldigd.
Naktuinbouw nodigt de aanvrager uit om de proef te komen bezoeken.

 

Afronding van het onderzoek

Als het ras aan de DUS-eisen voldoet, maakt Naktuinbouw een rapport op, inclusief de rasbeschrijving.
Dit concept-rapport gaat naar de aanvrager, met het verzoek om ermee akkoord te gaan. Indien nodig kunnen nog wijzigingen worden aangebracht in het rapport. Daarna biedt Naktuinbouw het rapport, ter besluitvorming aan de Raad voor plantenrassen aan.